Twents volkslied
[00:18.07] Er ligt tussen Dinkel en Regge een land.
[00:23.58] Ons schone en nijvere Twente!
[00:28.33] Het land van de arbeid het land der natuur.
[00:33.07] Het steeds onvolprezene Twente.
[00:37.82] Daar golft op de essen het goudgele graan.
[00:42.82] Doet 't snelvlietend beekje het molenrad gaan.
[00:47.58] Daar ligt er de heide in 't paarsrode kleed.
[00:52.57] Dat is ons zo dierbare Twente!
[00:57.57] Dat is ons zo dierbare Twente!
[01:05.33] Waar Twickel zijn torens uit 't eikenloof heft.
[01:10.07] De Lutte zijn heuvels doet blinken.
[01:14.57] De paasvuren branden alom in't rond.
[01:19.32] En 't landvolk de kersthoorn laat klinken.
[01:24.07] Daar stroomt onze Dinkel zo heerlijk door 't land.
[01:28.82] Door bossen en velden, langs 't Losserse zand.
[01:33.57] Daar rust er ons oog van der heuvelen top.
[01:38.58] Op 't heerlijke landschap ons Twente!
[01:43.08] Op 't heerlijke landschap ons Twente!
[01:50.82] De rookwolk, die stijgt aan de horizon op.
[01:55.32] Die wijst ons de nijvere steden.
[02:00.07] Met mensen arbeidzaam en degelijk, bewoond.
[02:04.82] De zetels van 't krachtige heden.
[02:09.57] Daarbuiten in boerschap op heide en veld.
[02:14.07] Daar wordt nog de sage en 't sprookje verteld.
[02:19.07] Daar rust de Tubanter in 't heuvelig graf.
[02:23.57] 't Verleden naast 't heden van Twente!
[02:28.31] 't Verleden naast 't heden van Twente!
